
Hoewel de vrijheid eindelijk binnen handbereik leek, heerste er nog altijd een gevoel van spanning. Duitse militairen waren nog bewapend aanwezig in de stad en de geallieerde grondtroepen hadden Maassluis nog niet bereikt. Niemand wist hoe de komende uren zouden verlopen.
Pas later die middag, rond 17.00 uur, sloeg de stemming om. De Nederlandse vlag werd gehesen op de toren van de Groote Kerk, de molen aan de Zuiddijk draaide “in Vreugde” en volgens meester Blom veranderde Maassluis binnen korte tijd in één grote vlaggenzee.
Juist op dat moment verspreidde zich een bijzonder bericht. Vanaf zee waren twee Britse vrachtschepen onderweg naar Rotterdam. Niet met soldaten of tanks, maar met iets waar de uitgehongerde bevolking misschien nog wel meer naar verlangde: voedsel.
Voor veel Maassluizers voelde hun komst als het werkelijke begin van de bevrijding.
Eerste hulp voor een hongerend Nederland
Na de Hongerwinter verkeerde vooral de bevolking van West-Nederland in een dramatische situatie. De voedselvoorraden waren vrijwel uitgeput en duizenden mensen leden honger. Nu duidelijk was geworden dat de oorlog ten einde liep, kregen de geallieerden toestemming om de eerste voedseltransporten via de Rotterdamse haven aan te voeren.
Op zaterdag 5 mei voeren daarom de Britse vrachtschepen Lesto en Empire Scout bij Hoek van Holland de Nieuwe Waterweg op, begeleid door een Duitse torpedobootjager. Samen vervoerden zij ongeveer 2.700 ton levensmiddelen, waaronder biscuit, vlees, soep, tarwe, vet en chocolade. Historicus J.L. van der Pauw omschreef hun betekenis treffend: hoewel het betrekkelijk kleine schepen waren, kondigde hun komst een nieuw begin aan. Voor het eerst sinds lange tijd kwam de Rotterdamse haven weer voorzichtig tot leven.
De schepen achter het verhaal
De Lesto was een Brits vrachtschip van circa 5.000 ton dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet voor het vervoer van goederen. Op 5 mei 1945 behoorde het schip tot de eerste geallieerde vrachtschepen die na de bevrijding van Nederland de Rotterdamse haven bereikten. De lading bestond uit onder meer 25.000 kisten biscuit, 12.000 kisten vlees, 28.000 blikken soep, 1.500 kisten chocoladerepen en 200 vaten vet. Op maandag 7 mei werd aan de Lloydkade begonnen met het lossen van de levensmiddelen.
De Empire Scout werd in 1936 in Duitsland gebouwd als de Eilbek voor de Hamburgse rederij Knöhr & Burchard. Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het schip door de Britse marine buitgemaakt en onder Britse vlag in de vaart gebracht als Empire Scout. Op 5 mei 1945 vervoerde het schip een lading tarwe en vlees naar Rotterdam als onderdeel van de eerste geallieerde voedseltransporten.
Samen brachten de Lesto en de Empire Scout ongeveer 2.700 ton voedsel naar het uitgehongerde West-Nederland. Hoewel de Lesto en de Empire Scout geen grote vrachtschepen waren, kregen zij een bijzondere plaats in de Nederlandse geschiedenis. Voor duizenden mensen betekenden zij veel meer dan twee schepen met een lading voedsel. Hun aankomst op 5 mei 1945 vormde het tastbare bewijs dat na vijf jaren oorlog eindelijk een nieuw hoofdstuk was aangebroken.
Een bijzonder initiatief
Een dag eerder had de 42-jarige Maassluizer Martien J.N. van der Hidde, bergingsinspecteur bij W.A. van den Tak’s Bergingsbedrijf in Rotterdam, vernomen dat de eerste Britse voedselschepen onderweg waren. Vanuit zijn werk wist hij vaak al vroeg welke schepen via de Nieuwe Waterweg onderweg waren naar Rotterdam.
Vrijwel onmiddellijk besloot hij dat de bemanningen niet ongemerkt langs ons stadje mochten varen.

Nog diezelfde dag gaf hij opdracht een houten frame te maken voor een enorme bloemenkrans met een doorsnede van ruim 2,30 meter. Bloemist Kap kreeg slechts enkele uren de tijd om de krans met bloemen aan te kleden. Hoe het hem in de laatste dagen van de bezetting lukte om aan zulke fraaie bloemen, waaronder aronskelken, te komen, blijft een raadsel. Ook het vervaardigen van de grote rood-wit-blauwe vlag met daarop de tekst ‘Maassluis dankt den zeeman’ was allesbehalve vanzelfsprekend. Nog maar enkele dagen eerder had het bezit van een Nederlandse vlag iemand zonder meer in de gevangenis kunnen doen belanden.
Alles gebeurde in het grootste geheim. Hoewel de bevrijding dichtbij was, waren de Duitsers nog altijd de baas in de stad.
Heel Maassluis loopt uit
Het nieuws verspreidde zich razendsnel. Zodra bekend werd dat de voedselschepen het Scheur naderden, liep vrijwel heel Maassluis uit richting de havenhoofden en de Govert van Wijnkade.
Van der Hidde sprak later van “de meest spontane optocht die ik ooit had gezien.”
Ook de verslaggever van de illegale verzetskrant Het Laatste Nieuws zag hoe de sfeer volledig omsloeg. De havenhoofden zagen volgens hem niet zwart van de mensen, maar kleurden oranje, rood, wit en blauw. Vanaf de hoge signaalmast van Dirkzwager op het Schanshoofd wapperde trots het sein QMC: Welkom.
Langs beide oevers van het Scheur stonden duizenden mensen opgesteld. Nederlandse vlaggen verschenen naast Britse en Amerikaanse vlaggen. Zelfs boven op het wrak van het half gezonken stoomschip Zuiderdam hadden enkele waaghalzen een plaatsje gevonden om de schepen toe te juichen. De spanning steeg met de minuut.
Op weg naar de Lesto
Omstreeks vijf uur voer de kleine sleepboot Zeester van Van den Tak’s Bergingsbedrijf de haven uit. Aan boord bevond zich een Maassluise delegatie met de enorme bloemenkrans. Martien van der Hidde vertegenwoordigde daarbij niet alleen de initiatiefnemers, maar ook L. Smit & Co.’s Internationale Sleepdienst, Dirkzwager’s Scheepsagentuur, Rijkswaterstaat en het Loodswezen. Omdat veel mensen graag mee wilden, mochten ook enkele omstanders aan boord stappen. Het werd dringen op het kleine schip.
Ter hoogte van Poortershaven verscheen het konvooi. Voorop voer de Duitse torpedobootjager. Daarachter volgden de Lesto en de Empire Scout, terwijl hoog boven de rivier Britse Spitfires een oogje in het zeil hielden.
Van der Hidde kon de verleiding niet weerstaan de bloemenkrans rechtop te zetten, zodat de Duitse officieren op de brug de tekst goed konden lezen. Later schreef hij dat hij zich op dat moment realiseerde dat hij daarmee de hele onderneming in gevaar bracht, “maar ik kon het eenvoudig niet laten.”
Vrijwel onmiddellijk stopte het Duitse oorlogsschip en werd een motorsloep te water gelaten.
“Yes, I will”
Toen de Zeester langszij de Lesto kwam, probeerde een Duitse verbindingsofficier de Maassluizers tegen te houden. Van der Hidde trok zich daar weinig van aan en richtte zich rechtstreeks tot kapitein Culbertson.
Hij vertelde dat de bevolking van Maassluis de Britse bemanning wilde bedanken voor het brengen van voedsel naar het hongerende Nederland. Daarbij wees hij erop dat Maassluis van oudsher een echte zeevaartgemeente was, waar veel inwoners als zeeman, loods of sleepbootbemanning hun brood verdienden. Juist daarom wilde de stad haar waardering uitspreken voor de Britse koopvaardij, die gedurende de oorlog onder levensgevaar was blijven doorvaren. Vervolgens vroeg hij of de kapitein de bloemenhulde wilde aanvaarden.
Tot verbazing van de aanwezigen verliet Culbertson zijn brug – iets wat een gezagvoerder tijdens het varen normaal gesproken niet doet – en kwam persoonlijk naar de verschansing.
Zijn antwoord was kort, maar veelzeggend. “Yes, I will.”
Met behulp van een lijn hesen de bemanningsleden de enorme bloemenkrans aan boord, waarna deze midscheeps aan de scheepshuid werd bevestigd. Vervolgens drukten Van der Hidde en de Britse kapitein elkaar de hand.
Volgens Van der Hidde stonden de tranen hem daarbij in de ogen. Ook de verslaggever van Het Laatste Nieuws zag hoe bijzonder het moment was. Het waren volgens hem geen beleefdheidswoorden, maar woorden die ‘van hart tot hart’ gingen. In die korte ontmoeting kwamen de nood van een hongerend volk en de offers van de Britse koopvaardij samen.

Na de overhandiging ontstond nog een kort gesprek met de Britse bemanning. Engelse Capstan-sigaretten werden uitgedeeld, een van de aanwezige dames kreeg een stuk chocolade aangeboden en nieuwsgierig vroegen de Britten of de troepen van veldmaarschalk Montgomery Nederland inmiddels al hadden bereikt.
Niet veel later bereikte de Duitse motorsloep de Zeester. Daarmee was duidelijk dat het bezoek ten einde was.
Een poging om ook de Empire Scout te benaderen mislukte. De Duitse officier aan boord gebood de Maassluizers onmiddellijk afstand te houden. Dat weerhield de duizenden mensen langs het Scheur er echter niet van ook dit schip luidkeels toe te juichen.

Toen beide vrachtschepen de havenhoofden passeerden, barstte een minutenlang gejuich los. Vanaf de rivier zagen de Britse zeelieden een onafgebroken zee van Nederlandse, Britse en Amerikaanse vlaggen. Zelfs boven op het wrak van de Zuiderdam stonden nog altijd mensen enthousiast te zwaaien.
Met drie lange stoten op de scheepsfluit namen de Maassluizers afscheid. De Empire Scout antwoordde met dezelfde groet.
Voor de duizenden mensen die langs het Scheur stonden, betekenden de beide schepen veel meer dan alleen een lading voedsel. Zij vormden het eerste tastbare bewijs dat na vijf jaar oorlog eindelijk een nieuw hoofdstuk was aangebroken.
Een weerzien in Maassluis
De indrukwekkende ontvangst op het Scheur bleef ook bij de Britse bemanning niet onopgemerkt. Nog geen week later kreeg het bijzondere treffen een vervolg.
Op vrijdag 11 mei 1945 brachten kapitein Culbertson van de Lesto en de kapitein van de Empire Scout, vergezeld door de steward van de Lesto en de chef-marconist van de Empire Scout, een bezoek aan Maassluis.

De Britse gasten werden in Rotterdam opgehaald door Martien van der Hidde en BS-commandant Jaap Luijendijk. Op het hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten werden zij welkom geheten door stafchef Jan Kres. Vervolgens gaf mr. Gerrit Wagner een overzicht van het werk van de Binnenlandse Strijdkrachten in Maassluis, terwijl ir. Gerrit Langelaar Gzn vertelde welke enorme indruk de aankomst van de voedselschepen een week eerder op de Maassluise bevolking had gemaakt.
Als blijk van waardering bood Luijendijk de kapitein van de Empire Scout een vlag van de Binnenlandse Strijdkrachten aan. De Britse zeelieden vertelden op hun beurt hoezeer zij waren getroffen door de uitbundige ontvangst die hen op 5 mei langs het Scheur ten deel was gevallen en spraken daarvoor hun hartelijke dank uit.
Na de officiële ontvangst volgde een maaltijd bij Martien van der Hidde thuis aan de Burgemeester Van der Lelykade.
Een eenvoudige maaltijd
Wie had verwacht dat de Britse gasten een feestmaal voorgeschoteld zouden krijgen, kwam bedrogen uit.
Van der Hidde vond dat zijn gasten moesten ervaren hoe de meeste Nederlanders de laatste maanden van de oorlog hadden geleefd. Daarom zette hij hun dezelfde eenvoudige gaarkeukensoep voor die tijdens de Hongerwinter voor duizenden mensen dagelijkse kost was geweest. Als extra kregen zij slechts twee sneetjes van het donkere oorlogsbrood.
Later schreef Van der Hidde dat de Britse gasten uit beleefdheid verklaarden dat de maaltijd uitstekend had gesmaakt. Zijn eigen conclusie was even droog als veelzeggend: “Zo zijn en blijven Engelsen nu eenmaal.”
Die eenvoudige maaltijd maakte misschien wel meer indruk dan een uitgebreid diner ooit had kunnen doen. Zij liet zien waarvoor de Britse koopvaardij haar gevaarlijke reizen had ondernomen en onder welke omstandigheden de Nederlandse bevolking de laatste oorlogswinter had moeten zien door te komen.
Symbool van de bevrijding
De Lesto en de Empire Scout waren niet de grootste schepen die ooit het Scheur opvoeren. Toch namen zij een bijzondere plaats in de geschiedenis in.
Hun komst betekende veel meer dan de aanvoer van 2.700 ton voedsel. Zij waren de eerste geallieerde koopvaardijschepen die na vijf jaar oorlog de Rotterdamse haven bereikten en luidden het herstel van de voedselvoorziening in West-Nederland in. De dagen daarna volgden al snel nieuwe schepen met levensmiddelen en kolen, waarmee de overzeese aanvoer langzaam weer op gang kwam.
Voor de inwoners van Maassluis betekenden de beide vrachtschepen echter nog iets anders. Na vijf jaar oorlog zagen duizenden Maassluizers eindelijk weer Britse schepen over het Scheur varen.
Geen oorlogsschepen met kanonnen, maar koopvaarders met voedsel. Het uitbundige gejuich vanaf de havenhoofden, de vlaggenzee langs de rivier en de enorme bloemenkrans met daarop de woorden ‘Maassluis dankt den zeeman’ maakten diepe indruk op iedereen die erbij aanwezig was.
Zoals de verslaggever van Het Laatste Nieuws twee dagen later schreef, betekende de aankomst van de voedselschepen voor de inwoners van Maassluis veel meer dan een lading levensmiddelen. Zij werden het tastbare symbool van de bevrijding: de komst van de geallieerden.

