RAF-bommenwerper crasht in Maassluis.

Donderdag 28 augustus 1941, qua weer was het een sombere dag, waarschijnlijk de voorbode voor hetgeen deze dag zou gebeuren. Sterker nog, het zou een rampzalige dag worden voor de No. 2 Group van de Royal Air Force (RAF) die gestationeerd was op het RAF Station Watton in Norfolk, zo’n 14 km zuidwest van East Dereham.

Eerst even een stukje inleiding, op 22 juni 1941 was Unternehmen Barbarossa van start gegaan, de codenaam voor Hitlers aanval op de Sovjet-Unie. Het was de Britse premier Sir Winston Churchill die op 8 juli 1941 Stalin alle hulp had toegezegd. Zodoende gaf hij Bomber Command order om de RAF dag- en nachtaanvallen te laten doen op Duitsland en de door hun bezette landen, zodat Duitsland niet alle vliegtuigen van de Luftwaffe kon weghalen in West-Europa om ze naar het Oostfront te sturen.

Dit was ook de reden dat de Rotterdamse haven een doelwit was geworden voor Bomber Command. In de vroege middag van 16 juli 1941 vlogen drie keer twaalf Blenheim bommenwerpers van No. 2 Group naar onze regio om een aanval te doen op koopvaardijschepen in de Rotterdamse en Schiedamse havens. Helaas verliep deze aanval niet volgens plan. Er was weinig tot geen schade aan de koopvaardijschepen, maar de RAF kreeg zelf wel te maken met het verlies van vier Blenheims, negen gesneuvelde vliegers en drie vliegers die door de Duitsers krijgsgevangen waren gemaakt.

Orme is uiterst rechts. Gunnis is de 3e van rechts en F/O Collins klimt naar de geschutskoepel.

Ondanks de verliezen van die 16e juli, gaf Bomber Command op donderdag 28 augustus 1941 wederom de order om een dag aanval te doen op de schepen en installaties in de Rotterdamse Waalhaven. Dit was een soortgelijke aanval qua tactiek als zes weken eerder. Best een bijzondere beslissing van Bomber Command, want de Duitsers waren nu wel op hun qui-vive. Al direct vanaf de start kende de missie problemen. Twee formaties liepen hun rendez-vous met het jagersescorte mis, waardoor er in plaats van zesendertig Blenheims maar zeventien op weg gingen richting Rotterdam. Zes van 21 Squadron, zes van 88 Squadron en vijf van 226 Squadron. Per toestel waren ze voorzien van twee bommen van 500 pond en enkele toestellen hadden ook brandbommen aan boord. Het zesde toestel van 226 Squadron crashte al direct bij het opstijgen, er brak brand uit maar de bemanningsleden kwamen er met lichte verwondingen vanaf. Ter bescherming tegen Duitse jachtvliegtuigen vlogen twee squadrons Spitfires (19 en 152 Squadron) mee.

Alsof de groep al niet genoeg pech had, zag het Duitse radarstation bij Domburg al vroegtijdig de naderende formatie aankomen. In dit zogeheten Stützpunkt Hamster bevond zich één van vijf grote radarstations van de Duitse Luftwaffe in Nederland. Met het radarsysteem ‘Mammut’, een meer dan tien meter brede en bijna dertig meter hoge radarantenne, konden geallieerde vliegtuigen tot op 300 kilometer afstand worden gesignaleerd.

De Duitse luchtafweer was dan ook in opperste staat van paraatheid toen de Blenheims de Nederlandse kust naderden. Het Domburgse radarstation had Flugplatz Katwijk (vliegveld Valkenburg) gealarmeerd en had Messerschmitts Bf 109 op laten stijgen om de groep bommenwerpers te onderscheppen. En we kennen allemaal de wet van Murphy, die luidt “Anything that can go wrong, will go wrong” (alles wat fout kan gaan, zal fout gaan) en dat was bij deze aanval echt van toepassing. Want door een navigatiefout kruiste de formatie bij het zwaar verdedigde Hoek van Holland de Nederlandse kust in plaats van bij het minder verdedigde Oostvoorne.

Laagvliegende Blenheim op weg naar Rotterdam.

FlaKgruppe Rotterdam meldde dat ze in een periode van 30 minuten tien vijandelijke vliegtuigen zouden hebben neergeschoten. Dat was wat overdreven, maar er gingen bij de missie in totaal wel zeven Blenheims en drie Spitfires verloren. Niet allemaal door de FlaK, want ook de Messerschmitts van Flugplatz Katwijk hadden hieraan bijgedragen.

Feit is dat twee toestellen bij het passeren van de kust bij Hoek van Holland al direct werden neergeschoten door FlaK aan de wal en vanaf schepen in de Hoekse Berghaven. Blenheim L9379 stortte in de Rozenburgse Scheurpolder neer, waarbij alle drie de bemanningsleden sneuvelden. Vrijwel tegelijkertijd crashte Blenheim Z7447 bij ’s-Gravenzande. Naar alle waarschijnlijkheid was ook dit toestel het slachtoffer van de Hoekse FlaK. Twee bemanningsleden waren op slag dood, maar de Squadron Leader kon zwaargewond uit zee worden gevist om later alsnog aan zijn verwondingen te overlijden.

Een derde Blenheim maakte, na door de FlaK getroffen te zijn, een succesvolle noodlanding in de weilanden bij Schiedam Kethel. De drie gewonde bemanningsleden zijn door de Duitsers gevangengenomen en belandden in krijgsgevangenschap. Maar nog is de pech niet over, Blenheim Z7445 werd rond dezelfde tijd geraakt door de ‘Rotterdamse’ FlaK. Het toestel stortte brandend neer op het nieuwe abattoir aan de Vlaardingerdijk in Schiedam, recht tegenover de werf van Wilton-Fijenoord. De drie bemanningsleden werden later op de Algemene Begraafplaats Crooswijk begraven.

Bommen op de Rotterdamse haven, gezien vanuit de geschutskoepel van een Blenheim.

Na de aanval op de Rotterdamse Waalhaven moesten de Blenheims in noordwestelijke richting terugvliegen, waar Spitfires van het 19 Squadron de bommenwerpers zouden opwachten. De Spitfires van het 152 Squadron moesten dan voor rugdekking zorgen, door de Blenheims vanuit het zuiden te volgen. Terwijl de Blenheims, ondanks de zware verliezen, hun aanval uitvoerden, raakten de Spitfires boven het noordelijk Waterweggebied in gevecht met de Messerschmitts van Flugplatz Katwijk.

Blenheim V6436 crasht in het Land van Chardon
Na het afwerpen van hun bommen op de Waalhaven werd de Bristol Blenheim Mk. IV V6436 YH-L van het 21 squadron RAF op hun terugreis boven Maassluis getroffen.

George Stellmann, stuurman aan boord van de Mardyck M-3430, van het 34. Minensuchflottille D-Gruppe, met de Maassluise Buitenhaven als thuisbasis, schrijft op 30 augustus 1941 in een brief naar zijn ouders:

“U zult zeker in het Wehrmacht-rapport van 28 augustus gelezen hebben over het succes tegen de vijandelijke vliegtuigen. Ook mijn bemanning was bij dit succes betrokken. Een Bristol Blenheim werd neergehaald. Ik ben nog steeds onder de indruk van het gevecht wat wij hebben geleverd. Het was een eng beeld toen we dat toestel op niet al te grote hoogte voor onze loop kregen. Zelf stond ik op het Signaldeck en leiden het afweergeschut en bediende ook een MG-machinegeweer. Nadat hij een goede kogelregen had gekregen, richtte het toestel zich plotseling op en kantelde toen over een vleugel, om steil naar beneden te suizen. Driehonderd meter van ons vandaan stortte hij een weiland in en brak in honderden stukken.”

Ook in de diverse Kriegstagebücher komen we ter bevestiging van dit verhaal de nodige informatie tegen. We kunnen er dus met zekerheid vanuit gaan dat de Blenheim neergehaald is door vaartuigen van de Kriegsmarine in de Buitenhaven van Maassluis.

De bemanning vlnr: F/O Collins, P/O Gunnis en P/O Orme

De bemanning van de bommenwerper, de Canadese vlieger Pilot Officer Frank Kerr Orme (25), de Britse observator Pilot Officer Stanley Frederick Maude Gunnis (23) en de Britse wireless operator/air gunner Albert Henry Collins (34) zullen nooit beseft hebben wat hun is overkomen. Om 20.10 uur crashte de Blenheim IV met een enorme dreun neer in Maassluise weilanden van Chardon, meteen achter de Govert van Wijnkade.

Na de crash werd de omgeving direct afgezet door de Duitsers, om zodoende alle toegesnelde nieuwsgierigen bij het wrak vandaan te houden. Nadat de Duitsers de restanten van de Blenheim hadden opgeruimd, kreeg de Maassluise politie opdracht de resten van de bemanning te verzamelen en te bergen. De politie vroeg hiervoor twee leden van de Maassluise EHBO, de heren den Hengst en Deurloo. De EHBO’ers haalden kokhalzend en zwijgend de stoffelijke resten weg. Zoals het rapport aan B&W van Maassluis, opgemaakt door de toenmalige korpschef adjudant Eite Slootheer beschrijft:

“Deze lijkenresten bleken op het weiland verspreid te liggen over een oppervlakte van ongeveer een halve vierkante kilometer. Door de EHBO-ers werden de resten verzameld en in één kist gedeponeerd. De kist met lijkenresten, de lijken waren totaal verpulverd, werd overgebracht naar de Algemene Begraafplaats alhier en vervolgens door de Weermacht op 30 augustus naar Hoek van Holland vervoerd en aldaar ter aarde besteld. Noch de identiteit, noch het herkenningsteken van het verongelukte vliegtuig, kon hier worden vastgesteld”.

De laatste rustplaats van de bemanning in Hoek van Holland.

Op 1 september 1941 werden de drie vliegers met nog zes andere omgekomen vliegers van de No. 2 Group van de RAF met Duitse militaire eer begraven op de Algemene Begraafplaats in Hoek van Holland. De omgekomen geallieerde militairen werden begraven in vak F. Al in mei 1940 werden hier de eerste militairen uit het Gemenebest hier begraven. Zij maakten onder andere deel uit van de Irish Guards, Welsh Guards en Royal Marines die ter bescherming van de Nederlandse regering naar Hoek van Holland waren gegaan. Tot op de dag van vandaag is dit een geallieerd ereveld waar 70 Britten, 2 Canadezen, 5 Polen en 5 Nederlanders liggen.

Onthulling van het Blenheim monument in Maassluis.

Blenheim-monument
Op 28 augustus 2022, precies 81 jaar nadat Blenheim boven de Maassluise Buitenhaven uit de lucht is geschoten, heeft burgemeester Edo Haan, samen met de initiatiefnemer Hans van Ekelenburg, op de hoek Maasweg/Scheldeweg een monument onthuld voor de drie gesneuvelde RAF-vliegers.

Met dank aan:
  • Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 – Verliesregister 1941
  • Hans Onderwater – En toen was het stil…, de luchtoorlog boven Rotterdam en IJsselmonde 1940-1945 (Baarn 1981)
  • Jac. J. Baart en Lennart van Oudheusden – Target Rotterdam (Amsterdam 2018)
  • George Stellmann – Tagebuch und Briefe (Norderstedt 2006)
  • Alexander D King & David King – https://www.aircrewremembrancesociety3.com/ 
  • Annelies en Mirjam Visser – https://hvhwo2.wordpress.com

Afbeeldingen:

Gepubliceerd op:

maandag 22 augustus 2022