Bombardement
18 maart 1943

Donderdag 18 maart 1943, één van de zwartste dagen uit de Maassluise geschiedenis. Die frisse, maar heldere middag werd Maassluis getroffen door een verwoestend geallieerd bombardement. Een tapijt van bommen verwoeste in nog geen vijf minuten een groot gedeelte van de historische binnenstad van Maassluis. Ook de hevige branden nadien, die waren veroorzaakt door de afgeworpen fosfor- en brandbommen vernietigde vele woningen, winkels en gebouwen.

Die ochtend had de (Australische) flightcrew van het 464e squadron van de Royal Australian Air Force (RAAF) onder leiding van Wing Commander Ronald Hillyard ‘Bob’ Young, tijdens de briefing van Bomber Command opdracht gekregen om uit strategisch oogpunt de Olieraffinaderij De Witol N.V. aan de Heldringstraat bombarderen. Op 30 april 1941 had de RAF ook al eens een poging gedaan, maar toen misten alle bommen hun doel en vielen op Rozenburg.

Olieraffinaderij Witol N.V. aan de Heldringstraat, gebouwd in 1938-1939.

De Olieraffinaderij Witol N.V. kwam in 1939 naar Maassluis en liet een raffinaderij bouwen aan de Heldringstraat. Daar waar nu ongeveer de gemeentewerf ligt. De naam Witol is afkomstig van de medicinale en technische witte olie die er werd geproduceerd. Het procédé voor deze olie was ontwikkeld door de uit nazi-Duitsland gevluchte joodse chemicus David Samuel Zinader met hulp van zijn zoon Erik. Vlak na de bezetting van Nederland werd Witol door de Duitsers geconfisqueerd.

Het beheer werd gegeven aan de Duitse firma Ernst Schliemann Oelwerke GmbH in Hamburg. Deze plaatsten op hun beurt een zekere Herr Sanne in de (tot dan toe Nederlandse) directie die belast werd met de dagelijkse leiding van de raffinaderij. De Nederlandse directie mocht aanblijven, maar had door de komst van Herr Sanne niet veel meer te vertellen. Dankzij de grondstoffen uit Hamburg kon de Witol gedurende de oorlog blijven doordraaien. Na de oorlog kwam de Witol onder militair gezag te staan en in 1947 werd het bedrijf onderdeel van de Bataafse Petroleum Maatschappij oftewel de Shell.

Om 14.45 uur die middag, stegen twaalf Lockheed Ventura bommenwerpers op vanaf de RAF-vliegbasis Feltwell in Norfolk Engeland. Boven de Noordzee hadden zij om 15.00 uur een rendez-vous met twee squadrons Spitfires van de (Britse) Royal Air Force (RAF). Die hen zouden escorteren ter bescherming. Dit was geen overbodige luxe want boven de Noordzee vindt een hevig luchtgevecht plaats met meerdere FW-190’s (Focke-Wulf) van de Duitse Luftwaffe. Zowel de RAF als de Luftwaffe krijgen verliezen te incasseren maar er is geen schade onder de twaalf Ventura bommenwerpers. Deze vliegen verder laag over de Noordzee en stijgen vlak voor de Nederlandse kust naar hun bommen afwerp hoogte van 10.000 ft (3.048 mtr). De piloten waren op hun hoede voor de Duitse FlaK (Flugabwehrkanone of Fliegerabwehrkanone) op de Kriegsmarine schepen in de haven van Maassluis.

Omstreeks 15.35 uur komen de twaalf Ventura bommenwerpers boven Maassluis en laten hun dodelijke lading vallen boven hun doelwit. Maar in plaats van een precisie bombardement op hun strategische doelwit, viel een tapijt van bommen in oostelijke richting op het Schanseiland en het oude centrum. De bommenwerpers missen hun eigenlijke doel want de Witol wordt niet of nauwelijks geraakt.

De Witol wordt nauwelijks geraakt.

Om 15.38 uur loeit het luchtalarm maar het is te laat want in die drie minuten waren er dertig brisantbommen van 250 kilo, vijftig à zestig fosforbommen en een ontelbaar aantal brandbommen afgeworpen. Bij de politie kwamen de eerste brandmeldingen binnen: in de Verenigde Touwfabrieken, een pand aan de Noordvliet en diverse panden aan de Wagenstraat en Geerkade. Gelijktijdig kwamen ook de meldingen binnen met verzoek om EHBO’ers, Opruimingsploegen en de plaatselijke brandweer naar de rampplekken te sturen. Maar toen er later ook een brandmelding kwam op de Noorddijk was daar geen brandweer of blusmiddelen meer voor beschikbaar. Al het Maassluise blusmateriaal was al ingezet en druk bezig. Ook de bedrijfsbrandweer van de Vereenigde Touwfabrieken was ingezet voor bluswerkzaamheden. De verwoestende vlammen deden intussen hun vernietigende werk op de Noorddijk, waar de bewoners alles op alles zetten om te redden wat er nog te redden viel.

Ook de Noorddijk werd flink geraakt.

Om 15.55 uur wordt door Maassluis assistentie gevraagd aan omliggende gemeenten om zodoende extra blusmateriaal naar Maassluis te laten komen en hopelijk zo de situatie weer in de hand te kunnen krijgen. De brandweerkorpsen uit Maasland, Vlaardingen, Rozenburg, Schiedam, Rotterdam en Den Haag reageerden direct op de noodoproep. Tevens komen er op verzoek van de Duitse Ortskommandant twee bluswagens van de Ordnungspolizei uit Rotterdam naar Maassluis. Op een gegeven moment werd er per minuut 24.000 liter water uit 38 verschillend brandslangen op de vele branden gespoten. ’s Avonds vraagt de Ortskommandant ook of het Sprengkommando naar Maassluis wil komen in verband met de blindgangers die her en der gevonden worden. Veel woon- en winkelpanden en gebouwen zoals de Gereformeerde Noorderkerk vallen ten prooi aan de verwoestende vlammen.

Rondom het huidige Marelplein vielen de meeste slachtoffers.

De heer S. Blom gaf in zijn oorlogsdagboek het volgende schade overzicht:

  • Aantal huizen, licht beschadigd – 229
  • Aantal huizen, middelmatig beschadigd – 26
  • Aantal huizen, zwaar beschadigd – 27
  • Aantal huizen, uitgebrand of ingestort – 59

 

De beschadigde Groote Kerk, gezien door een afgebrand huis aan de Noorddijk.

Ook de Groote of Nieuwe Kerk wordt zwaar beschadigd. Gelukkig kan een beginnende brand in de kerktoren door snel optreden van de heren M.J. Deurloo, T.H.M. van der Staay en P. Onderdelinden bestreden worden waardoor de schade enigszins beperkt bleef. Spijtig genoeg gaan wel de antieke Regeeringsbanken verloren. Het fraaie Garrelsorgel en de wandborden blijven gelukkig onbeschadigd. De woning van de koster is wel geraakt en deze zal voorlopig ergens anders moeten logeren. Naast de Vereenigde Touwfabrieken worden ook andere bedrijven geraakt zoals: de Machinefabriek Van Raalt, Graanmalerij A.L. Verhagen en de Walramit hardstaalmaatschappij. Aan het einde van de dag was het trieste resultaat van dit bombardement: achttien doden, vier zwaargewonden en een vijftigtal lichtgewonden.

Het gebied waarin de bommen vielen.

Het Duitse Sprengkommando zou nog enige dagen bezig zijn met het opruimen van de blindgangers. Deze werden onder andere gevonden achter de gashouder aan de Heldringstraat en achter de Groote of Nieuwe Kerk. Bewoners van ‘t Stort moesten hierdoor hun woningen verlaten. Voor zover er geen onderdak beschikbaar was, werden ze ondergebracht in de Minister de Visserschool en in het gymnastieklokaal van de Groen van Prinstererschool.

Maar het zou nog erger worden, nog niet bekomen van de ramp van vier dagen eerder, werd Maassluis op maandag 22 maart opnieuw getroffen door een geallieerd bombardement. Wederom was het doelwit de Witol Olieraffinaderij aan de Heldringstraat. Het enige verschil was dat deze luchtaanval werd uitgevoerd door het 487e Squadron van de Royal New Zealandian Air Force (RNZAF). Ook zij kwamen met twaalf Ventura bommenwerpers afkomstig van de RAF-vliegbasis Feltwell in Norfolk Engeland. Rond 14.00 uur die maandag middag laten zij acht à tien brisantbommen, zo’n 30 fosforbommen en een aantal brandbommen vallen op Maassluis. De RNZAF kon nog slechter richten dan RAAF, gelukkig maar want de meeste bommen vielen in de vlietlanden en de landerijen rondom Maassluis. Wel werd het voorste gedeelte van het gymnastieklokaal van de Groen van Prinstererschool getroffen door brisantbommen. Een wrange bijkomstigheid was dat de achttien slachtoffers van het bombardement van 18 maart in het gymnastieklokaal lagen opgebaard. De Groen van Prinstererschool zelf, waarin zich op dat moment ongeveer 300 kinderen bevonden bleef wonderwel gespaard. Deze had enkel wat glas en lichte schade door de luchtdruk en trillingen. Omdat de fosfor- en de brandbommen in open terrein terechtkwamen, werd er verder geen noemenswaardige schade aangericht in Maassluis. Men had wel het vermoeden dat er in de omgeving van de school vele blindgangers lagen. Daarom had de Ortskommandant een gedeelte van de woonwijk in de nabijheid van de school laten ontruimen. Nadat het Sprengkommando een onderzoek gedaan had naar blindgangers en deze hadden opgeruimd werd de woonwijk op dinsdag 23 maart weer vrijgegeven.

Zo terugkijkend is het wel vreemd dat er pas vanaf 2001 openlijk wordt gesproken over fouten en slachtoffers bij een geallieerd bombardement. Daarvoor werden de geallieerden nooit schuldig bevonden aan dit leed laat staan ter verantwoording geroepen. In de herinnering van Maassluis blijft het bombardement van 18 maart 1943 een gitzwarte dag. Een lokale ramp die nog veel erger had kunnen uitpakken.

De littekens van het bombardement zijn nog steeds terug te vinden in Maassluis. Neem als voorbeeld de Noorddijk, dit was vroeger een aaneengeschakelde rij van huizen, nu vindt men nog diverse lege plekken. Het verdriet van verloren familieleden blijft ook, zodoende is er op 18 maart 1995 een plek gekomen om te herdenken. Op het Kerkplein naast de Groote of Nieuwe Kerk van Maassluis staat het “Monument ter herdenking van het bombardement op Maassluis op 18 maart 1943” ontworpen door de Vlaardingse kunstenaar Leen Droppert.

 

Bronnen:
  • Gerrit J. Zwanenburg – Kroniek van een luchtoorlog
  • John Prooi – Rozenburg in oorlogstijd 1939-1945
  • Wim Bergwerff – Historische Schetsen nr 49, april 2006, HVM
  • HVM – Oorlogsgeweld over Maassluis
  • S. Blom – Maassluis tijdens de oorlogsjaren en na de bevrijding
  • NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

Gepubliceerd op:

dinsdag 22 november 2022