Johannes Peterse – een Maassluise Geus

Onlangs kreeg ik weer een bijzondere aanvulling op mijn #WO2MS verzameling. Het lijkt een normale oude ansichtkaart met een vooroorlogse afbeelding van de Maassluise Zuiddijk. Echter, wanneer je de ansichtkaart omdraait, zie je dat deze op 16 maart 1943 vanuit Maassluis is gestuurd naar Johannes Peterse. Die toen in het Duitse concentratiekamp Buchenwald zat. De kaart is op 16 maart 1943 in Maassluis op de post gedaan door zijn vrouw en dochter, om hem zo te feliciteren met zijn 39e verjaardag. De keuze qua afbeelding is waarschijnlijk gemaakt omdat hun woonhuis aan de Van der Horststraat 2 hierop te zien is. Dit soort mooie en toch wel bijzondere giften maken mij nieuwsgierig en voordat je het weet, zit je weer tot over je oren in een WO2MS speurtocht naar meer informatie over deze stadsgenoot.

Johannes Peterse werd op woensdag 23 maart 1904 in Tiel geboren als tweede zoon van Johannes Peterse senior en Johanna Bekker. Halverwege de jaren dertig kwam hij naar Maassluis, waar hij als chauffeur/monteur aan de slag ging bij de Machinale Kuiperij A. de Neeff NV. Deze kuiperij lag op een terrein van ongeveer 3,5 hectare, welke in grove lijnen begrensd werd door de Laan 1940-1945, Stationsweg, Fenacoliuslaan, en de Johan Evertselaan. De hoofdingang lag aan het einde van de Witte Witstraat op het huidige Michiel de Ruyterplein. Johannes trouwde, na een eerder stukgelopen huwelijk, op 1 september 1938 met Petronella Jacoba Maria Zwaard. Bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 woonde het echtpaar aan de Van der Horststraat 2, waar in 1939 hun dochter Jopie (de schenkster van de kaart) geboren werd.

Johannes Peterse in 1938

Geuzen
Sinds de herfst van 1940 maakte hij deel uit van het Maassluise Geuzenvendel. Dit vendel was sinds de zomer van 1940 actief en stond onder leiding van Sjaak Boezeman . Die op zijn beurt bij de activiteiten van de Geuzen betrokken was door de Vlaardinger Ary Kop. Het Geuzenverzet is in mei 1940 door de Schiedammer Bernard IJzerdraat opgericht in Vlaardingen, ze waren tijdens de Tweede Wereldoorlog de eerste verzetsstrijders. Al direct na het begin van de oorlog kwamen zij in opstand tegen de nazi’s. Hun acties bestonden voornamelijk uit het verzamelen van wapens en het doorknippen van elektriciteits- en telefoonlijnen. Het Geuzenverzet had hun strijdbare naam geleend van de historische Geuzen uit de Tachtigjarige Oorlog.

Helaas komt begin november 1940, veroorzaakt door de loslippigheid van een jonge Geus bij een kapper in Arnhem, de Sicherheitsdienst (SD) – de geheime dienst van de bezetter – achter het bestaan van de Geuzengroep. Tientallen Geuzen in de regio worden opgepakt en verhoord. Zo ook Johannes Peterse. Hij wordt op 14 februari 1941 gearresteerd door de Maassluise politie, die op dat moment onder leiding stond van politie-inspecteur Cornelis Maris, en wordt dan ingesloten op het politiebureau aan de Markt tezamen met nog 29 andere Geuzen. De Sicherheitspolizei (SiPo) uit Den Haag die de arrestaties had bevolen, nam het over en mannen werden dezelfde dag nog overgebracht naar de ‘Polizei- und Untersuchungsgefängnis Scheveningen’, beter bekend als het ‘Oranjehotel’.

Oranjehotel
Hier logeerde Johannes in cel 541, die qua afmeting behoorlijk aan de kleine kant was. Zo’n 2 bij 4 meter en had enkel een hoog raam. Er stond een bed, een klaptafeltje, een krukje en een toiletemmer. Terwijl hij hier zat, moet hij een aantal keer door de SD zijn opgehaald, die hem vervolgens naar de SD-kantoren op het Binnenhof bracht om verhoord te worden. Daar vonden namelijk de hardhandige verhoren plaats, soms met fatale gevolgen. Zo stierf in de morgen van 9 januari 1941 Sjaak Boezeman in zijn cel, nadat hij de hele nacht in een kamer van Binnenhof nr. 7 was mishandeld. Boezeman was de eerste Geus (verzetsman) die omkwam door Duitse martelingen omdat hij bleef zwijgen. Of Johannes ook is mishandeld, is niet bekend. Feit is dat dit bij veel van zijn makkers wel het geval was, dus we kunnen er denk ik wel van uitgaan dat dit bij Johannes ook gebeurd moet zijn.

In maart 1941 vond het zogenaamde Geuzenproces in Den Haag plaats. Na vijf dagen ‘proces’ volgde op dinsdag 5 maart 1941 een uitspraak. Waarna op donderdag 13 maart 1941 vijftien Geuzen en drie Februaristakers op de Waalsdorpervlakte door een Duits vuurpeloton werden geëxecuteerd. Drie minderjarige Geuzen kregen gratie. Van de overige Geuzen werden er 157, waaronder Johannes, op dinsdag 8 april 1941 uit hun cel gehaald en naar de binnenplaats van de gevangenis gebracht. Na meerdere malen tellen gingen ze in acht grote bussen, onder zware bewaking van SS’ers, naar het vrachtgoederenemplacement van het Haagse station Hollands Spoor. Hier moesten ze overstappen op een personentrein die al klaar stond. Na een dag reizen, met veel oponthoud, kwamen ze aan in Weimar waar ze moesten uitstappen. Op het perron werden ze wederom geteld en na vier keer tot het aantal van 157 te zijn gekomen, mochten ze 8 km gaan marcheren. Onder bewaking van zo’n vijftig SS’ers passeerden ze na een klein uur een poort met de tekst ‘Jedem Das Seine’ (Ieder het zijne), ze waren op het voorlopige eindpunt van hun reis, het Konzentrationslager Buchenwald, Post Weimar.

Buchenwald
Men is in 1937 al gaan bouwen aan het concentratiekamp Buchenwald en de grote SS-kazerne ernaast. Het kamp komt op de Ettersberg, een heuvel met een flink bos zo’n acht kilometer ten noorden van de stad Weimar. Het was de nazi Gauleiter Fritz Sauckel, die Himmler ervan overtuigde met het idee om hier een modern concentratiekamp te bouwen, waarin zeker drieduizend gevangen konden worden ondergebracht. Het pleiten van Sauckel had effect, Himmler gaf zijn akkoord en in juli 1937 arriveren de eerste 149 gevangenen op het terrein, waar zij een concentratiekamp moeten bouwen. Al snel zouden er meer gevangenen volgen. De meeste zouden zich op de Ettersberg letterlijk moeten doodwerken.

Plattegrond van Buchenwald, Block 12 is aangeven

Kamp Buchenwald is dus geheel door gevangenen gebouwd. Nadat het hele terrein bouwrijp was gemaakt, werden de toegangspoort, de 23 wachttorens en de prikkeldraadomheining (met 380 volt) aangelegd, zo ook de barakken, de SS-kazernes en de gebouwen met een bestuurlijke functie voor de ‘Lagerkommandantur’. Ook werd er door de gevangenen aan de infrastructuur gewerkt: wegen, waterleiding en riolering. In de nabijgelegen steengroeve werden door hen onder extreem zware en vaak bizarre omstandigheden stenen gedolven en gehouwen die nodig waren voor de bouw. Het ‘Steinbruchkommando’ was dan ook berucht. Hetzelfde gold voor het ‘Schachtkommando’ die verantwoordelijk was voor al het graafwerk voor o.a. de fundamenten en het ‘Gärtnereikommando’ die de poepemmers naar de tuinderij mochten dragen.

Overzicht van Konzentrationslager Buchenwald, Post Weimar

Het kamp zou uiteindelijk uit drie delen bestaan: het ‘Grosse Lager’, het ‘Zeltlager’ dat in oktober 1939 werd opgezet voor Polen en joden en het ‘Kleine Lager’ dat in 1942 ontstond en als quarantainekamp diende. Later – in de eindfase van Buchenwald – zou het ‘Kleine Lager’ als sterfkamp functioneren. Het terrein met de redelijke luxewoningen voor de hogere SS’ers – de ‘SS-Führersiedlung’ – bevond zich naast het gevangenenkamp, terwijl de voor de kinderen van SS’ers aangelegde dierentuin er direct aan grensde.

Volgens een schatting uit 1951 waren er in de kazernes bij Buchenwald rond de 3.000 SS’ers gestationeerd. De ‘SS-Verwaltung’ kende een strak hiërarchische structuur. Bovenaan stond de ‘Lagerkommandant’, die leidinggaf aan de zogenaamde ‘Adjutantur’, waar onder andere de kampcorrespondentie werd gevoerd. Vanuit deze ‘Adjutantur’ werd vervolgens de ‘Stabskompagnie’ aangestuurd, waartoe de ‘SS-Block’- en ‘Kommandoführer’ behoorden. Zij hadden de rang van ‘SS-Unterführer’ en waren bijna altijd aanwezig in het kamp, in de barakken en bij de werkcommando’s. Ze bepaalden in sterke mate het eigenlijke kampleven van de gevangenen, dit werd na de oorlog bevestigd in de verhalen van degene die terugkeerden.

Terug naar de 157 Geuzen die hier dus aankwamen als de eerste politieke gevangen uit Nederland. Na een lange preek van de ‘Lagerkommandant’ en de vernedering van uitkleden, kaalscheren, douchen en desinfecteren met Lysol, kregen ze een blauw-wit gestreept ‘boevenpak’ met op de linkerborst en rechterbroekspijp een rode driehoek met een N en een nummer. Dit maakte duidelijk dat ze politieke gevangenen uit Nederland waren. Johannes kreeg nummer 5608 en werd ingedeeld in barak ‘Block’ 12. De barak bestond uit twee zijvleugels en een voorportaal ‘Vorraum’ en waslokaal ‘Waschraum’ in het midden. Vanuit het ‘Vorraum’ was een deur naar het woonvertrek (6 x 10 meter) en vanuit het woonvertrek kwam men via een deur in het slaapvertrek (6 x 10 meter). Hier stonden bedden die driehoog gestapeld waren. Langs de wanden stonden kasten met vakken en ieder had een vak met een naambordje waarin een aluminium pannetje, een lepel en een beker opgeborgen was.

De Buchenwald registratiekaart van Johannes Peterse

Johannes werd al snel ingedeeld bij één van de verschillende ‘Arbeitskommandos’, die zich bezighielden met bouw- en of grondwerkzaamheden in en rondom het kamp. Het waren bizar zware arbeidsomstandigheden waar de Geuzen aan werden blootgesteld. Pas vanaf de winter 1941-1942 kwamen de Geuzen in de betere arbeidscommando’s en werd de stemming wat positiever.

De gevangen in Buchenwald mochten één keer per maand post ontvangen of versturen, meestal een briefje of een kaartje. Zowel de inkomende als uitgaande post werd zorgvuldig gecensureerd door de SS. Als er door de gevangene ‘Shutzhäftlinge’ iets geschreven werd, moest dit in het Duits gebeuren en het was verboden om iets over de omstandigheden in het kamp te schrijven. Maar de gevangenen maakten flink gebruik van deze gunst, want het gaf hun hoop en kracht om vol te houden. Daarom is de ansichtkaart die ik heb gekregen zo bijzonder. Zeker als je beseft dat deze vanuit Maassluis verstuurd is naar Buchenwald en ooit ook weer is teruggekomen. Duidelijk is te zien dat de SS-censuur deze bekeken heeft en met potlood zijn akkoord heeft gegeven.

Het Gustloff-Werke II complex

Reichsführer-SS Heinrich Himmler had voor de oorlog al het idee om met inzet van de gevangen in de concentratiekampen een eigen SS-wapenindustrie te starten. Hij richtte daarom in 1939 de Deutsche Ausrüstungs Werke (DAW) op. Ook in Buchenwald kwam een DAW-afdeling, maar deze functioneerde voornamelijk als timmerwerkplaats en meubelmakerij. Direct naast het kamp werd vervolgens in 1942 een werkplaats geplaatst waar geweren geproduceerd zouden moeten worden. Maar al snel na de openstelling kwam de Duitse wapeningsindustrie in protest tegen deze vorm van concurrentie en werd deze werkplaats – inclusief zo’n slordige 3.500 tewerkgestelde gevangenen – verhuurd aan de Gustloff-Werke in Weimar. Die bouwde er direct een aantal bedrijfshallen bij en zo ontstond het Gustloff-Werke II complex, waar een productielijn voor V2 onderdelen in kwam. In 1943 kregen de gevangenen van Buchenwald er nog een ‘fijne’ opdracht bij. Er moest binnen drie à vier maanden een spoorlijn aangelegd worden die dit complex zou verbinden met het station van Weimar. Niet alleen werd het hierdoor mogelijk materiaal aan en af te voeren, maar ook gevangenen konden nu snel van en naar elders worden getransporteerd.

Bombardement
Deze wapenfabrieken waren ook niet aan de aandacht van de geallieerden ontsnapt en daarom werd er door hen een aanval gepland. Uiteindelijk zou op 24 augustus 1944 door de US Air Force een precisiebombardement worden uitgevoerd op de Gustloff-Werke II, de Deutsche Ausrüstungs Werke en de SS-gebouwen. Meer dan 100 bommenwerpers vielen de wapenfabrieken en SS-voorzieningen rondom Buchenwald aan en vernietigden deze grotendeels. Het gevangenkamp werd ook getroffen, maar niet ernstig, slechts drie bommen vielen binnen het kamp. Best knap als je beseft dat er zeker 31.000 gevangenen in het kamp zaten. Echter onder de gevangenen die aan het werk waren in de fabrieken vielen 315 doden en 1425 gewonden (waarvan 525 ernstig).

Gustloff-Werke II na het bombardement

Ook Johannes Peterse was een van die slachtoffers, hij was waarschijnlijk aan het werk in de wapenfabriek. Hij raakte ernstig gewond aan zijn hoofd, vermoedelijk door een scherf van een exploderende bom. Omdat er zoveel gewonden waren, maakten de EHBO’ers, verplegers en dokters keuzes in de ernst van de verwondingen. Blijkbaar vonden ze de hoofdwond van Johannes niet ernstig genoeg en kreeg hij niet de zorg die hij eigenlijk nodig had. Sterker nog, hij moest er gewoon mee doorwerken. De hoofdwond werd hem op woensdag 10 september 1944 fataal. Johannes Peterse overleed op 40-jarige leeftijd in Buchenwald en is naar alle waarschijnlijkheid dezelfde dag nog gecremeerd in het crematorium van het kamp.

Naar schatting hebben in totaal zo’n 3.300 Nederlanders een korte of langere periode in Buchenwald gevangen gezeten. Hieronder zaten ook een aantal prominente Nederlanders, zoals de latere minister Dr. Willem Drees, maar ook professoren en kunstenaars. In het totaal zijn hier 497 Nederlanders omgekomen en toen Buchenwald op 11 april 1945 door de Amerikanen werd bevrijd, bevonden zich daar nog 384 Nederlanders, waaronder nog maar 42 Geuzen. Sommige van de 157 zijn vrijgelaten, maar ook velen zijn in de ‘Hel van Buchenwald’ overleden aan de erbarmelijke omstandigheden.

Aan Johannes Petersen is op 7 december 1981 postuum het verzetsherdenkingskruis toegekend.

Straatnamen
Van de Maassluise Geuzen die in de periode december 1940 tot februari 1941 werden gearresteerd en op 8 april 1941 zijn weggevoerd, kwamen er 9 om het leven. Zoals gezegd was het Sjaak Boezeman die als eerste Geus omkwam, door de martelingen tijdens zijn verhoor. Daarna volgden Cornelis Booster (Buchenwald 26 juli 1941), Arie Bouman (Buchenwald 6 december 1941), Nicolaas van ’t Wout (Buchenwald 11 mei 1942), Job van der Zee (Ravensbrück 11 april 1944), Jan van der Burg (Mauthausen-Melk 8 februari 1945), Petrus de Pagter (Mauthausen-Melk 10 april 1945), Willem Weltevreden (Mauthausen-Melk 12 mei 1945) en Johannes Peterse. In 1964 vergaderde de Maassluise gemeenteraad voor de eerste keer om straten te vernoemen naar Maassluise verzetsmensen. Het werd er voorlopig één, de Jac. Boezemanstraat, die trouwens begin 2000 ook weer verdween in het kader van de vernieuwing van de Burgemeesterswijk en in 2019 zou terugkeren als Sjaak Boezemanstraat. Pas in 2005 stemde de Gemeenteraad eindelijk in met het plan de overige acht Geuzen ook te eren met een hof, straat of laan. Zo heeft ook ‘onze’ Johannes sinds 4 mei 2007 een laan naar zich vernoemd gekregen, de Johannes Peterselaan.

Straatnaambord

Maassluis Geuzenmonument
Op woensdag 2 december 2020 (de dag dat 80 jaar geleden Sjaak Boezeman werd gearresteerd door de SD) is het Maassluise Geuzenmonument onthuld aan de Kwartellaan. Kunstenaar Dick Tulp heeft de realisatie op zich genomen en het is een fantastisch monument geworden.  Op het monument staan de negen omgekomen Geuzen en de namen van de 14 andere Buchenwalders uit Maassluis die wel terugkwamen, zijn vermeld op het informatie paaltje welke bij het monument staat.

Helden der Vrijheid
Helden der vrijheid, te jong gestorven,
Wij brengen plechtig u nog een groet,
Gij hebt nog meer onze achting verworven,
Toen gij den beulen toonde uw moed.
Nog niet genoeg van het lafhartige moorden,
Dompelen zij uw leven in vuil…
Hun valsche leugens en stinkende woorden
Het klonk er als een hyenagehuil.
Wij mannen, vrouwen, uw makkers sinds jaren,
Weten te goed, wat gij hun hebt gezegd.
In onze gedachten zien wij u verklaren,
Dat gij een strijd beleed voor het recht.
Wij weten, dat gij hun durfde trotseeren,
Dat heel hun machtswellust u niet bewoog,
Dat gij hun wees op de kansen, die keeren,
En dat toen gij viel, uw vuist was omhoog.
Rust zacht maar Broeders, uw vuist was omhoog.
Gij hebt met bloed onze vrijheid betaald.
Wij eeren u met voorwaarts te treden,
Slechts op de wegen, die gij hebt bepaald.
Uw dood zullen wij eens uw beulen vergelden,
Als hier het land van zijn druk is bevrijd;
Rust zacht dan, moedige, sobere helden,
Gij blijft een voorbeeld voor ons in den strijd.

Gedicht uit het Geuzenliedboek 1940-1945 – (Anonieme uitgave) 1945

Met dank aan:
  • Mevr. J. Luijten-Peterse
  • Dhr Piet Damsteeg
Bronnen:
  • Historische Schetsen nr 28 – Kuiperij A. de Neeff – Hans Hartog (HVM) 1996
  • Biografie Sjaak Boezeman op wo2maassluis.tumblr.com – Gertjan van de Velden 2010
  • De Geuzen – Harry Paape (NIOD) 1965
  • Politierapport nr 45 dd 14 febr. 1941 gemeentepolitie Maassluis – Stadsarchief VM
  • De donkere jaren van Vlaardingen, deel 3 – Hjalmar Teunissen en Jan Anderson 2019
  • Nederlanders in Buchenwald 1940-1945 – Kirsten Snijders (Wallstein) 2001
  • Publicatie Nederlanders in Buchenwald – Prof. dr. Martijn Eickhoff (NIOD) 2005
  • Mijn belevenissen in de Duitse concentratiekampen – Joh. Teunissen (Uitgeverij Kok) 2002
  • De Hel van Buchenwald – K.R. Staal (Nieuwe Wieken) 1945
  • Het Geuzenkwartier – mw. G. Hanneman-de Jong (MC De Schakel) 2008
Afbeeldingen:
  • De familie Luijten-Peterse
  • NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
  • Fotoarchiv Buchenwald – Gedenkstätte Buchenwald
  • Arolsen Archives – International Center on Nazi Persecution

Gepubliceerd op:

woensdag 25 maart 2020