Leven op de bon
De distributie in Maassluis

Toen Nederland eind augustus 1939 mobiliseerde, bereidde de overheid zich niet alleen voor op een mogelijke oorlog, maar ook op de gevolgen daarvan. Men hield rekening met verstoringen in de aanvoer van voedsel, brandstoffen en grondstoffen. Om te voorkomen dat winkels zouden worden leeggekocht en om ervoor te zorgen dat de beschikbare voorraden eerlijk onder de bevolking werden verdeeld, werd een distributiestelsel ingevoerd.

Wat begon als een voorzorgsmaatregel groeide tijdens de Duitse bezetting uit tot een systeem waarmee iedere Nederlander dagelijks te maken kreeg. Ook in Maassluis bepaalden distributiestamkaarten, bonkaarten en steeds kleinere rantsoenen jarenlang wat er op tafel kwam. Zonder de juiste bon kon geen brood, boter of kleding worden gekocht. Voor de generatie die de oorlog meemaakte, was de vraag ‘Hebben we nog bonnen?’ jarenlang net zo vanzelfsprekend als ‘Wat eten we vandaag?’. De distributie werd daarmee een onlosmakelijk onderdeel van het dagelijks leven.

Voorbereid op schaarste
Nederland had al ervaring met distributie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was ons land weliswaar neutraal gebleven, maar ook toen waren verschillende levensmiddelen schaars geworden. Die ervaringen werden gebruikt bij de voorbereiding op een nieuw conflict.

Op 30 augustus 1939 werd het Centraal Distributiekantoor (CDK) opgericht. Deze landelijke organisatie kreeg de taak om de beschikbare voorraden eerlijk over de bevolking te verdelen en hamsteren en prijsopdrijving tegen te gaan. Nederland werd verdeeld in distributiekringen, waar gemeentelijke distributiediensten verantwoordelijk werden voor de uitvoering van de landelijke regels.

Op 11 oktober 1939 kwam suiker als eerste product officieel op de bon. Kort daarna volgden peulvruchten en vervolgens steeds meer levensmiddelen. Na de Duitse inval in mei 1940 groeide de lijst met distributiegoederen snel. Niet alleen brood, boter en vlees, maar ook kleding, schoenen, zeep, brandstof en tal van andere producten waren uiteindelijk uitsluitend met distributiebonnen verkrijgbaar.

Sursum Corda aan de Fenacoliuslaan nummer 8

De distributiedienst in Maassluis
Ook de gemeente Maassluis richtte in 1939 een gemeentelijke distributiedienst op. Aanvankelijk was deze op verschillende locaties gevestigd, maar begin 1942 kreeg de dienst een vaste plaats in het gebouw Sursum Corda aan de Fenacoliuslaan nummer 8. Van daaruit werden de werkzaamheden voor de Distributiekring Maassluis uitgevoerd.

In 1941 werd de Distributiekring Maassluis uitgebreid met de gemeenten Maasland en Schipluiden, waarbij Maassluis als centrumgemeente fungeerde. Na de oorlog werd ook Rozenburg enige tijd aan deze distributiekring toegevoegd.

De leiding van de Distributiekring Maassluis was in handen van A. (Antoon) Th. Hosman. Onder zijn verantwoordelijkheid werden duizenden distributiestamkaarten beheerd, bonkaarten uitgereikt en administratieve wijzigingen verwerkt. De dagelijkse werkzaamheden werden onder meer uitgevoerd door H.A.J. (Harry) van Dun, chef van de uitreiking van distributiekaarten, en F.A.G. (Frits) Schiebelhout, tweede ambtenaar van de distributiedienst. Vrijwel iedere Maassluizer kwam ooit met de distributiedienst in aanraking. Een verhuizing, geboorte of een verandering in de gezinssamenstelling moest immers worden verwerkt om recht te houden op de juiste hoeveelheid distributiebonnen.

Distributie Stamkaart

Distributiestamkaarten en bonkaarten
Iedere inwoner van Nederland ontving een distributiestamkaart met daarop persoonlijke gegevens, zoals naam, geboortedatum en adres. Op vertoon van deze stamkaart konden bij de gemeentelijke distributiedienst periodiek bonkaarten worden afgehaald. Die bonnen vertegenwoordigden het recht om een bepaalde hoeveelheid van een product te kopen. Geld alleen was niet voldoende; zonder de juiste bon bleef de winkelvoorraad buiten bereik.

Aanvankelijk werd op de distributiestamkaart aangetekend welke bonkaarten waren verstrekt. Toen gedurende de oorlog steeds meer producten onder de distributie kwamen te vallen, raakte de kaart snel vol. Daarom werden vanaf 1941 zogenoemde inlegvellen gebruikt waarop de uitgereikte bonkaarten werden geregistreerd.

Persoonsbewijs Wilhelmina van den Boogaart- van der Stelt

Ook in Maassluis werd de invoering van het persoonsbewijs zorgvuldig voorbereid. Volgens een gemeentelijke bekendmaking moesten inwoners van vijftien jaar en ouder zich van 23 tot en met 27 september 1940 melden op de gemeentesecretarie aan de Zuiddijk nr. 78. Daar werden, onder overlegging van twee pasfoto’s, de persoonlijke gegevens gecontroleerd, een vingerafdruk afgenomen en legeskosten geïnd. Vanaf 1941 was het persoonsbewijs voor iedere Nederlander van vijftien jaar en ouder verplicht.

Tweede Distributie Stamkaart

Op 4 december 1943 begonnen de Duitse autoriteiten met de uitgifte van een Tweede Distributiestamkaart. Deze werd gekoppeld aan het persoonsbewijs en pas verstrekt nadat de identiteit zorgvuldig was gecontroleerd. Een belangrijke reden voor deze maatregel was de toenemende vervalsing van distributiebescheiden door het verzet. Met deze vervalste bonnen konden onderduikers worden voorzien van voedsel, kleding en andere levensbehoeften. Ondanks de strengere controles wist het verzet ook daarna distributiebescheiden te bemachtigen en te vervalsen, waardoor onderduikers konden blijven beschikken over de noodzakelijke levensmiddelen.

Bonnenvel voor voedingsmiddelen

Voor winkeliers betekende de distributie een enorme administratieve last. Iedere ontvangen bon moest zorgvuldig worden gecontroleerd, bewaard en uiteindelijk worden ingeleverd bij de gemeentelijke distributiedienst. Op basis van deze ingenomen bonnen konden winkeliers nieuwe voorraden aanvragen. De distributiebon vormde daarmee niet alleen het recht van de consument om een product te kopen, maar ook het bewijs voor de winkelier dat een artikel daadwerkelijk was verkocht.

Voor de inwoners betekende het distributiesysteem vooral voortdurend rekenen. Hoeveel brood was er deze week beschikbaar? Waren er nog bonnen voor boter? Kon er nog een stukje zeep worden gekocht?

Lange wachtrijen voor de winkels werden een vertrouwd straatbeeld. Zodra bekend werd gemaakt welke bonnen geldig waren, probeerden veel mensen zo snel mogelijk hun inkopen te doen, bang dat de voorraad al op zou zijn voordat zij aan de beurt waren.

De schaarste leidde er bovendien toe dat steeds meer producten werden vervangen door surrogaten. Echte koffie maakte plaats voor surrogaatkoffie, die onder meer werd bereid van geroosterde granen en cichoreiwortel. Tabak van gedroogde bladeren en schoenen kregen zolen van hout of karton. Ook brood veranderde van samenstelling doordat goede tarwe steeds schaarser werd. Zelfs deze vervangende producten waren uitsluitend met distributiebonnen verkrijgbaar.

Wist u dat?
Een distributiestamkaart behoorde jarenlang tot de belangrijkste documenten die een gezin bezat. Zonder stamkaart konden geen nieuwe bonkaarten worden afgehaald en zonder bonnen waren veel levensmiddelen en gebruiksvoorwerpen eenvoudigweg niet verkrijgbaar.

Een onmisbare schakel
Het distributiekantoor vervulde tijdens de bezetting niet alleen een maatschappelijke taak, maar kreeg ook een belangrijke rol binnen het georganiseerde verzet. Onderduikers konden immers alleen overleven wanneer zij beschikten over distributiebonnen voor voedsel, kleding en andere levensbehoeften.

Daarom vormden distributiekantoren een belangrijk doelwit voor verzetsgroepen. Ook het distributiekantoor aan de Fenacoliuslaan bleef hiervan niet gevrijwaard. Op Tweede Paasdag, 10 april 1944, vond onder leiding van Johannes Post een overval plaats waarbij grote hoeveelheden distributiebescheiden werden buitgemaakt ten behoeve van onderduikers. Over deze gewaagde verzetsactie is op deze website al uitgebreid geschreven. Daarom wordt hier volstaan met deze korte verwijzing.

De gevolgen voor de medewerkers van de Distributiekring Maassluis waren echter ingrijpend. Kort na de overval werden verschillende personeelsleden door de Duitse bezetter gearresteerd. Henricus Andreas Johannes (Harry) van Dun, chef van de uitreiking van distributiekaarten, werd via Kamp Vught naar concentratiekamp Groß-Rosen gedeporteerd. Daar overleed hij op 5 februari 1945, slechts enkele maanden voor de bevrijding.

Ook Fredericus Andreas Gerardus (Frits) Schiebelhout, tweede ambtenaar van de distributiedienst, werd gearresteerd. Zijn gevangenschap voerde hem via de gevangenis in Rotterdam, Kamp Vught, Sachsenhausen, Heinkel, Groß-Rosen en uiteindelijk Nordhausen. Pas op 24 juni 1945, ruim anderhalve maand na de bevrijding van Nederland, keerde hij terug naar Maassluis. Hun lot maakt duidelijk dat ook medewerkers van de distributiedienst een hoge prijs betaalden voor de gebeurtenissen die zich rondom het distributiekantoor afspeelden.

De Hongerwinter
Tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 bereikte de schaarste ook in Maassluis haar dieptepunt. Vooral na de Spoorwegstaking van september 1944 stokte de aanvoer van voedsel naar het westen van Nederland. De toch al beperkte rantsoenen werden steeds kleiner en veel producten waren eenvoudigweg niet meer verkrijgbaar.

De uitdeelpost aan de Adriaan van Heelstraat

Om de ergste nood te lenigen opende de gemeente Maassluis op 14 december 1944 een centrale keuken. Inwoners konden zich hiervoor vanaf 5 december inschrijven. Verspreid over de stad werden uitdeelposten ingericht aan de Adriaan van Heelstraat, de Govert van Wijnkade, de Lange Boonestraat, de Jokweg en in de school aan het Zuidvliet (later de Lijndraaierssteeg). De belangstelling was groot en een aanzienlijk aantal Maassluizers schreef zich voor de centrale keuken in. Iedere dag trokken zij rond het middaguur en aan het begin van de avond met pannen, kannen en soms zelfs emmers naar de uitdeelposten om een warme maaltijd op te halen.

De centrale keuken voorzag in een grote behoefte. Door het gebrek aan goede ingrediënten liet de kwaliteit van het voedsel echter regelmatig te wensen over. Toch betekenden de eenvoudige maaltijden voor veel gezinnen het verschil tussen honger en een bescheiden warme maaltijd.

In februari 1945 werd de voedselhulp in Maassluis verder uitgebreid. Van 19 februari tot 8 juni 1945 werden in de keuken naast de gymnastiekzaal van de Minister De Visserschool dagelijks warme maaltijden verstrekt aan ongeveer 150 ondervoede kinderen. De voedselactie was een initiatief van S. van Heijst, Ph. Bijl en M. Verploegh, die met steun van het verzet het Interkerkelijk Bureau (I.K.B.) oprichtten. In samenwerking met het Rode Kruis werden niet alleen kinderen, maar ook door ondervoeding verzwakte zieken van voedsel voorzien.

In de gymzaal van de Minister de Visserschool werden warme maaltijden aan ongeveer 150 kinderen verstrekt

De gezamenlijke Maassluise kerken brachten hiervoor onder hun kerkgangers een bedrag van ƒ 8.000,- bijeen. Dankzij deze samenwerking tussen kerken, verzet en vrijwilligers konden tijdens de laatste, moeilijke oorlogsmaanden dagelijks tientallen Maassluizers van een warme maaltijd worden voorzien.

Ondertussen moesten veel gezinnen improviseren. Alles wat nog eetbaar was, werd benut en iedere distributiebon werd zorgvuldig bewaard. Toen eind april 1945 geallieerde vliegtuigen tijdens Operatie Manna voedsel boven West-Nederland uitwierpen en kort daarna grote hoeveelheden levensmiddelen werden aangevoerd, kwam langzaam een einde aan de ergste voedselnood. Voor veel Maassluizers voelde het letterlijk als een geschenk uit de hemel.

Nog jaren na de oorlog
Hoewel Nederland op 5 mei 1945 werd bevrijd, betekende dat niet het einde van de distributie. De voorraden waren uitgeput en de wederopbouw moest nog beginnen. Ook in de eerste naoorlogse jaren bleven veel producten uitsluitend met distributiebonnen verkrijgbaar.

Geleidelijk verdwenen de verschillende bonkaarten. Naarmate de economie zich herstelde, werd de distributie stap voor stap afgebouwd. Pas op 14 januari 1952, toen koffie als laatste product van de bon ging, kwam een einde aan een systeem dat bijna dertien jaar het dagelijks leven van miljoenen Nederlanders had bepaald.

Een blijvende herinnering
Voor de inwoners van Maassluis was de distributie veel meer dan een administratief systeem. Zij bepaalde wat er op tafel kwam, hoeveel kleding kon worden gekocht en hoe gezinnen de moeilijke oorlogsjaren doorkwamen. De distributiestamkaart hoorde jarenlang net zo vanzelfsprekend bij het dagelijks leven als het persoonsbewijs.

Wie tegenwoordig een distributiestamkaart of een vel met oude distributiebonnen bekijkt, ziet misschien niet meer dan papier, stempels en nummers. Voor de generatie die de oorlog meemaakte vertegenwoordigden deze documenten echter de dagelijkse werkelijkheid. Ze bepaalden of er brood op tafel kwam, of nieuwe schoenen konden worden gekocht en hoe een gezin de volgende week doorkwam.

De bewaard gebleven distributiestamkaarten, bonkaarten en distributiebonnen herinneren ons nog altijd aan een periode waarin schaarste, zuinigheid en inventiviteit het dagelijks leven bepaalden. Achter deze ogenschijnlijk eenvoudige documenten gaan de verhalen schuil van duizenden Maassluizers die zich, ondanks alle beperkingen, door de bezettingsjaren heen wisten te slaan. Daarmee vormen zij nog altijd een tastbare herinnering aan het dagelijks leven in bezet Maassluis.

Bronnen:

  • NIOD, Archief 251a – Stichting LO-LKP.
  • Stadsarchief Vlaardingen/Maassluis, Gemeentelijke bekendmakingen betreffende de distributiedienst en de invoering van het persoonsbewijs (1940).
  • Historische Schetsen nr. 2, Distributie, Koos Vaissier (HVM 1985)

 

Afbeeldingen:

  • Collectie #WO2MS, o.a. schenking familie van den Boogaart – Maassluis
  • HVM Collectiebank

Gepubliceerd op:

zaterdag 11 juli 2026