De Kriegsmarine in Maassluis

Toen Nederland op woensdag 15 mei 1940 capituleerde, kreeg de Duitse Kriegsmarine de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van de Nederlandse kustwateren en de toegang tot de haven van Rotterdam. Al direct na de capitulatie werden de Nieuwe Waterweg, het Scheur en de Nieuwe Maas opgenomen in het Duitse maritieme verdedigingssysteem. Alle havens langs deze vaarroute kregen een militaire functie.

Ook de Maassluise buitenhaven werd door de Kriegsmarine in gebruik genomen. Wat vóór de oorlog een relatief rustige vissers- en sleepboothaven was geweest, veranderde binnen enkele maanden in een druk maritiem steunpunt van de Duitse marine. De eenheden in Maassluis ressorteerden onder de Hafenkommandant Rotterdam (HaKo Rotterdam), die op zijn beurt onder bevel stond van de Admiral in den Niederlanden, de hoogste Duitse marineautoriteit in bezet Nederland. Uit Duitse documenten blijkt bovendien dat het gehele gebied langs de Nieuwe Waterweg, het Scheur en de Nieuwe Maas door de Kriegsmarine werd aangemerkt als een Hauptstützpunkt, een strategisch maritiem steunpunt.

De Kriegsmarine in Maassluis (Collectie #WO2MS)

Van vissershaven naar marinehaven
Vrijwel direct na de capitulatie verschenen de eerste Duitse marineschepen in de Maassluise buitenhaven. De ligging van de haven, direct aan het Scheur en dicht bij de Noordzee, maakte Maassluis bijzonder geschikt als uitvalsbasis voor de beveiliging van de scheepvaart van en naar Rotterdam. Daarnaast bood de haven voldoende ruimte om oorlogsschepen af te meren, bemanningen onder te brengen en ondersteunende diensten te vestigen.

Oefenen voor Unternehmen Seelöwe (Collectie #WO2MS)

In de zomer van 1940 speelde de haven ook een rol bij de voorbereidingen voor Unternehmen Seelöwe (Operatie Zeeleeuw), de uiteindelijk nooit uitgevoerde invasie van Groot-Brittannië. Aanvankelijk stond de invasie gepland voor medio september 1940. Na de snelle Duitse overwinningen op het Europese vasteland wilde de legerleiding de oorlog voortzetten met een aanval op Groot-Brittannië. Duitse invasieprahmen verzamelden zich in de buitenhaven van Maassluis, waar zij werden voorbereid op een eventuele oversteek. Het ging om gevorderde binnenvaartschepen die waren omgebouwd tot geïmproviseerde landingsvaartuigen. In de voorsteven werd een grote opening aangebracht met een neerklapbare landingsklep, zodat manschappen, voertuigen en materieel rechtstreeks op de Engelse kust konden worden ontscheept. Daarnaast werden de schepen versterkt om de oversteek over Het Kanaal beter te kunnen doorstaan. In die periode vonden in de haven en langs de oevers van het Scheur meerdere invasieoefeningen plaats. Uiteindelijk werd de invasie afgeblazen, maar de Kriegsmarine bleef in Maassluis aanwezig en breidde haar activiteiten verder uit.

Een complete marineorganisatie
De Duitsers beperkten zich niet tot de oorlogsschepen alleen. Rondom de buitenhaven ontstond een complete marineorganisatie. Villa Johanna aan de Zuidvliet werd in gebruik genomen als dienstwoning van de Hafenkapitän (HaKa), de Duitse havencommandant van Maassluis. Nabij de villa verrees een zware gevechts-/schuilbunker van het type Doppelgruppenunterstand Sonderkonstruktion, met daarnaast een munitiebunker en een garage voor militaire voertuigen. De bunker werd in de jaren tachtig gesloopt ten behoeve van nieuwbouw.

De bunker langs de Zuidvliet. Ca. 1975. (HVM Collectiebank)

Niet alleen de haven, maar ook elders in de stad werden gebouwen gevorderd. Het voormalige loods- en sleepdienstgebouw aan de Govert van Wijnkade werd ingericht als kantoor van de Kriegsmarine. Het douanehuisje op het Schanshoofd werd het kantoor van de Hafenkapitän (HaKa), die van daaruit toezicht hield op het scheepvaartverkeer en nauwkeurig bijhield welke schepen de haven binnenliepen en verlieten.

Aan de Burgemeester De Jonghkade lag het Wohnschiff Eisvogel, een gevorderd Nederlands passagiersschip dat als drijvende kazerne diende voor matrozen en walpersoneel. In de loop van de oorlog nam de Kriegsmarine ook de Rode Villa, oorspronkelijk gebouwd als woonhuis van de Maassluise reder Poortman, in gebruik als Krankenrevier (ziekenboeg). Vier kamers werden ingericht als ziekenzalen met in totaal tien hospitaalbedden voor de verzorging van zieke en gewonde marinemilitairen.

De ‘Rode Villa’ aan de Govert van Wijnkade

Daarnaast beschikte de Kriegsmarine in Maassluis over een Marine Peil Nebenstelle (MPNS). De Maassluise luisterpost bevond zich langs het tracé van de voormalige stoomtrambaan van de Westlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (WSM), ter hoogte van het huidige Vondelpark. De luisterpost was afgeschermd met camouflagenetten, aarden wallen en prikkeldraad. Van daaruit luisterde Marine-Nachrichtenpersonal dag en nacht het radioverkeer van geallieerde schepen en vliegtuigen af. De onderschepte informatie werd via Brugge doorgestuurd en verwerkt binnen het Duitse maritieme inlichtingennetwerk.

De mijnenvegers
De grootste groep oorlogsschepen in de Maassluise buitenhaven bestond uit mijnenvegers. Gedurende vrijwel de gehele oorlog maakten zowel het 32. als het 34. Minensuchflottille gebruik van de haven. Beide eenheden maakten deel uit van de 1. Sicherungsdivision, die verantwoordelijk was voor de beveiliging van de Nederlandse kustwateren en de bescherming van de scheepvaartroutes.

De Duitse mijnenveger M-3430 Mardyck (Collectie #WO2MS)

De meeste mijnenvegers waren oorspronkelijk Nederlandse en Duitse vissersschepen, zoals loggers en kotters. Nadat zij door de Kriegsmarine waren gevorderd, werden zij omgebouwd tot Hilfsminensuchboote. De schepen kregen mijnenveegapparatuur, radio-installaties en werden bewapend met onder meer zwaar luchtafweergeschut (FlaK). Hun taak was het opsporen en ruimen van geallieerde zeemijnen, zodat de scheepvaart langs de Nederlandse kust en van en naar Rotterdam veilig kon blijven varen.

Het 34. Minensuchflottille werd op 13 juni 1940 opgericht als de Küstenminensuchflottille Holland en een maand later hernoemd. De eenheid was verdeeld in vier Gruppen, waarvan de D-Gruppe vanaf februari 1941 in Maassluis werd gestationeerd. De schepen voeren vrijwel dagelijks uit en keerden meestal tegen de avond terug naar de buitenhaven. Ook het 32. Minensuchflottille maakte gedurende de oorlog regelmatig gebruik van Maassluis als uitvalsbasis. Uit de Kriegstagebücher blijkt dat de schepen regelmatig tussen verschillende Nederlandse havens werden verplaatst, afhankelijk van de operationele situatie.

Fragment uit het Kriegstagebuch (Bundesarchiv)

Ook de Maassluise scheepswerf De Haas speelde een rol bij de ondersteuning van de Kriegsmarine. Uit de Kriegstagebücher van de 34. Minensuchflottille blijkt dat de mijnenvegers M 3413 en M 3416 enige tijd op de werf lagen. Hier werden onder meer defecten aan de koppeling hersteld en revisiewerkzaamheden uitgevoerd, waarna de schepen weer operationeel konden worden ingezet. Daarmee leverde De Haas een bijdrage aan het onderhoud van de in Maassluis gestationeerde marine-eenheden. Zoals veel Nederlandse bedrijven tijdens de bezetting voerde ook De Haas werkzaamheden uit in opdracht van de Duitse bezettingsmacht. Daarbij speelde niet alleen de opgelegde medewerking een rol, maar ook de verantwoordelijkheid om het bedrijf draaiende te houden en werkgelegenheid voor het personeel te behouden.

De 13. Vorpostenflottille
Naast de mijnenvegers was ook de 13. Vorpostenflottille in Maassluis gestationeerd. Dit flottielje maakte eveneens deel uit van de 1. Sicherungsdivision. De eenheid werd in september 1939 opgericht in Stettin (het huidige Szczecin) in Noordwest-Polen en bestond, net als de mijnenvegers, grotendeels uit gevorderde vissersschepen. De taak was echter anders. De Vorpostenboote escorteerden Duitse kustkonvooien langs de Nederlandse kust, controleerden de scheepvaart en bewaakten de vaarwegen.

Vorpostenboote aan de Govert van Wijnkade (Collectie #WO2MS)

Veel van deze schepen waren uitgerust met zwaar FlaK. Geallieerde bommenwerpers die het Scheur als navigatiepunt gebruikten op weg naar doelen in Duitsland, kregen regelmatig te maken met hevig afweervuur vanuit de Maassluise buitenhaven. Daarbij werden meerdere geallieerde vliegtuigen getroffen of neergeschoten.

Sperrbrechers en Schnellboote
Gedurende de oorlog deden ook andere marine-eenheden Maassluis aan. Zo lagen er enige tijd Sperrbrechers in de buitenhaven. Dit waren omgebouwde vracht- en binnenvaartschepen die waren uitgerust om magnetische en akoestische zeemijnen voortijdig tot ontploffing te brengen. Daartoe beschikten zij onder meer over krachtige elektromagneten en speciale geluidsinstallaties waarmee de ontstekingsmechanismen van deze mijnen werden geactiveerd. Op die manier maakten zij vaarwegen vrij en creëerden zij een veilige doorgang voor konvooien en andere schepen.

De Strijpe en de Goote in de Maassluise buitenhaven (HVM Collectiebank)

Na het geallieerde bombardement door Lancasters van de Royal Air Force op de Schnellbootbunker in de Rotterdamse Waalhaven op 29 december 1944 werden de Schnellboote over de regio verspreid. Daardoor verschenen in de laatste oorlogsmaanden ook enkele Schnellboote van het type S100 in de buitenhaven van Maassluis. Maassluis werd echter geen vaste thuishaven voor deze snelle torpedoboten; daarvoor ontbraken de noodzakelijke voorzieningen voor het onderhoud en de bewapening met torpedo’s en mijnen. Waarschijnlijk ging het slechts om een tijdelijke tussenstop in de chaotische laatste oorlogsmaanden.

De Maassperre in het Scheur (Collectie #WO2MS)

De verdediging van het Scheur
Niet alleen de haven zelf werd zwaar bewaakt. Ook het Scheur kreeg een belangrijke rol binnen de Duitse verdediging. In het voorjaar van 1943 werd ter hoogte van Dirkzwager de Maassperre aangelegd, een omvangrijke antiduikbootversperring. Het hart van de versperring werd gevormd door twee voor anker liggende rijnaken. Vanaf deze rijnaken waren zware stalen netten, bevestigd aan drijvers, naar beide oevers gespannen. Met behulp van betonblokken werden de netten rechtstandig gehouden. ’s Nachts werd de doorgang volledig afgesloten met een verplaatsbaar net, dat eveneens aan drijvers was bevestigd. Samen met een soortgelijke versperring bij Hoek van Holland moest deze voorkomen dat geallieerde onderzeeboten of andere vaartuigen ongemerkt het havengebied konden binnendringen.

Een afgesloten haven
Rondom de buitenhaven ontstond een uitgestrekt Sperrgebiet. Bedrijven zoals Dirkzwager, het Loodswezen en Smit werden geheel of gedeeltelijk gevorderd. Ook woningen aan onder meer de Burgemeester De Jonghkade en de Govert van Wijnkade kwamen in Duitse handen. Bewoners van een aantal huizen aan de Burgemeester De Jonghkade ontvingen een brief van de burgemeester van Maassluis waarin werd meegedeeld dat hun woning was gevorderd. Zij kregen twee weken de tijd om te vertrekken en moesten de vloerbedekking, gordijnen en kachels achterlaten. De Maassluizers hadden nog maar beperkt toegang tot het havengebied, terwijl Duitse marinemannen het straatbeeld steeds nadrukkelijker gingen bepalen.

Rondom de buitenhaven ontstond een uitgestrekt Sperrgebiet (Collectie #WO2MS)

Dat Maassluis voor de Kriegsmarine van groot belang was, blijkt ook uit de organisatie van het loodswezen. De Kommandierender Admiral in den Niederlanden bepaalde dat voortdurend tien loodsen in Maassluis beschikbaar moesten zijn voor de opvaart richting Rotterdam. Daarnaast werden ook Duitse Marinelotsen ingezet om militaire scheepvaart veilig door de drukke vaarroute te begeleiden.

Een strategisch maritiem steunpunt
Na de Duitse capitulatie in mei 1945 verdwenen de oorlogsschepen geleidelijk uit de Maassluise buitenhaven. De gevorderde gebouwen werden teruggegeven aan hun eigenaren, het Wohnschiff Eisvogel vertrok en de haven kreeg haar oorspronkelijke functie terug. Ook veel tastbare herinneringen aan de Kriegsmarine verdwenen in de jaren daarna uit het straatbeeld.

Toch speelde de Maassluise buitenhaven gedurende vijf jaar een veel grotere rol dan vaak wordt gedacht. Vanuit Maassluis opereerden mijnenvegers, Vorpostenboote, Sperrbrechers en andere marine-eenheden. Rondom de haven ontstond een complete organisatie met een lokaal Kommando der Kriegsmarine, een Marine Peil Nebenstelle, een Marine Krankenrevier, een Wohnschiff, ondersteuning door de scheepswerf De Haas, kantoren, bunkers en uitgebreide beveiligingsmaatregelen. De strategische ligging aan het Scheur maakte Maassluis tot een onmisbare schakel in de Duitse verdediging van de toegang tot de Rotterdamse haven.

Meer dan tachtig jaar later is het grootste deel van deze militaire aanwezigheid uit het straatbeeld verdwenen. Wie vandaag langs de buitenhaven wandelt, ziet nauwelijks nog sporen van deze maritieme oorlogsgeschiedenis. Toch was juist hier, gedurende vijf bezettingsjaren, een belangrijk steunpunt van de Duitse Kriegsmarine gevestigd – een geschiedenis die dankzij archieven, foto’s, Kriegstagebücher en ooggetuigenverslagen nog altijd kan worden gereconstrueerd.

Met dank aan:

  • Dhr. Rinus van de Ree † – voor de informatie in mijn archief
  • Dhr. Joop Schreuder † – voor de informatie in mijn archief
  • Dhr. Jac. J. Baart – voor het nalezen en de correcties

 

Bronnen:

  • George Stellmann – Tagebuch und Briefe eines Minensuchers 1939-1946 (2006)
  • Jac, J. Baart – Oorlogshaven Rotterdam (Walburg Pers 2010)
  • Jan Willem van Borselen – De Kriegsmarine in Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog (Uitgeverij Donker 2012)
  • Hoek van Holland in oorlogstijd – https://historischhoekvanholland.nl/wo2/
  • Bundesarchiv – RM 61-XI, Führer der Motorbootverbände Niederlande der Kriegsmarine
  • Historische Marinearchiv – https://www.historisches-marinearchiv.de

Gepubliceerd op:

zaterdag 5 september 2026